Sarah Debaieb - Wereldkampioen Kickboxen & Jeugdbeschermer

Gepubliceerd op 15 juli 2020 om 12:40

Sarah is werkzaam als Jeugdbeschermer in de gemeente Amsterdam. Naast haar fulltime carrière in de zorg geeft zij ongeveer 12 uur per week kickboks les. Sarah heeft namelijk twee keer de wereldtitel kickboksen in de -60 kg klasse K1 op haar naam gezet. Werkweken van 52+ uur zijn dus eerder regel dan uitzondering. Veel van de competenties die zij heeft geleerd tijdens het kickboksen zet zij dagelijks in; op haar werk en in haar privéleven. Als jeugdbeschermer heb je de zorgregie voor verschillende gezinnen in handen. Zij zorgt dat gezinnen waar fysieke of emotionele veiligheid in het geding komen de juiste begeleiding krijgen. Daarnaast adviseert zij strafrechters binnen het kader van jeugdstrafrecht.

Sarah vertelde mij, onder het genot van een cocktail, wat haar drijft, hoe zij haar pittige baan in de zorg uitvoert én hoe zij tweevoudig wereldkampioene is geworden.

Als tweevoudig wereldkampioen kickboxer en nu werkzaam als Jeugdbeschermer is Sarah een vrouw die stevig in haar schoenen moet staan. 

 

Naam: Sarah Debaieb (1989)
Woonplaats: Almere
Beroep: Jeugdbeschermer / kickboks trainer / tweevoudig wereldkampioen kickboksen
Nieuwsgierig? Boek eens een kickboxsessie bij Sarah, alléén of met vriendinnen!

 

Sarah vertel! Hoe ben je in de wereld van kickboksen beland en heb je die twee wereldtitels veroverd?

“Ik begon met atletiek, maar rond mijn 14e ben ik daarmee gestopt. Ik ging nog wel regelmatig fitnessen. Daar was een dame die kickboks les gaf. Zij heeft mij zeker een jaar geprobeerd te overtuigen om eens een les mee te doen. Nú is het een hele populaire sport maar toen nog helemaal niet. Uiteindelijk heb ik een keer mee gedaan, meer om van het ‘gezeur’ af te zijn. Direct bij de eerste training werd er gezegd dat ik talent had en ik vond het wel heel erg leuk om te doen. Zodoende ging ik twee á drie keer in de week trainen.”

 

Wil je nou zeggen dat je met twee á drie keer in de week trainen zo ver bent gekomen?

“Nee, zo is het begonnen! Op mijn 18e ben ik bij Ryan Simson gaan trainen. Hier train ik nog steeds en geef ik ook les. Hij is een bekende vechtsporter en hij kan mensen echt naar de top brengen. Ik begon met vijf á zes keer per week trainen en op een gegeven moment stond ik twee keer per dag in de sportschool. Op zondag was mijn rustdag. Ik ging steeds vaker wedstrijden doen en mijn naam werd iets bekender. Ik werd gevraagd om tegen Dilara Kocac te vechten, een duitse kickbokser en zij had nog nooit verloren. Zonder na te denken heb ik ja gezegd en ik ben keihard gaan trainen. Het was een zware partij; ik moest écht in mijzelf geloven. Niemand geloofde dat ik van haar kon winnen, ze was ongeslagen en de partij vond plaats in haar thuisstad. Ik wist dat ik alle vijf de rondes echt moest knallen om overtuigend te winnen. En dat is mij gelukt!”

 

Om door te breken in de topsport heb je vast veel dingen moeten laten, hoe zag jouw leven er op dat moment uit?

“Ik studeerde nog en had een bijbaan van 16 uur. Het was erg druk. Kickboksen is een hele leuke sport, maar vooral als vrouw verdien je er niet erg veel mee. Je moet erbij werken om jezelf te kunnen onderhouden.”

 

Kickboxen is nog altijd een mannensport naar mijn idee, hoe hield je jezelf staande in die mannenwereld?

“Als de kleedkamers naast elkaar waren, dan hoorde ik de jongens lachen en lol hebben met elkaar en ik was bijna altijd alleen. Op een gegeven moment werd ik toch onderdeel van de groep, ‘one of the guys’, maar toch ben je altijd nog wel een beetje alleen. Dan moet je sterk zijn, doelgericht, focus hebben én natuurlijk van de sport zelf houden.”

 

Je noemde net al een paar competenties die je hebt opgedaan als kickbokser, welke competenties gebruik je vandaag de dag nog, tijdens je werk bijvoorbeeld?

“Heel erg doorzetten. De basketballer Coby Bryan zei altijd ‘de droom is niet de wereldtitel, de droom is het pad daarnaartoe’. Je moet veel dingen laten, vroeg opstaan om te trainen terwijl half Nederland nog ligt te slapen. Of je traint tot laat in de avond en moet de volgende ochtend weer vroeg op. Soms heb je geen zin om te trainen maar moet je toch gaan. Het doorzetten, niet opgeven en leven in het moment heb ik hier wel echt van geleerd.”

 

Als je dan geen zin had in trainen, hoe vond je dan toch de motivatie?

“Gewoon gaan! Je kan allerlei redenen bedenken maar je moet dit gewoon doen; je pakt je tas in en je gaat. Het grappige is dus dat juist als ik er écht geen zin in had ik er de beste trainingen uithaalde. Je zet jezelf ertoe, je gaat er met een bepaalde mindset in. Ik heb ook geleerd om niet bij de pakken neer te gaan zitten. Als ik zie dat iets niet werkt, bedenk ik hoe het dan wel kan. Ook in mijn werk kom ik vaak zware casussen tegen, dan kan ik ook niet opgeven. Hier moet je door heen gaan en dan komt het uiteindelijk goed.”

 

Wanneer heb je de switch gemaakt van kickbokser naar jeugdbeschermer?

“Op mijn 27e zou ik tegen Ilona Wijmans vechten, maar zowel zij als ik kregen een blessure. Deze partij moest worden afgezegd. Door de blessure aan mijn arm kon ik zeker een half jaar niet fanatiek trainen en toen ging ik lesgeven. In die tijd besefte ik dat ik geen werkervaring had bij mijn diploma’s Pedagogiek en Bestuurs- & Organisatiewetenschappen. Ik moest een keuze maken; Topsport blijven doen óf aan de slag in ‘mijn’ werkveld. Ik ben om mij heen gaan kijken en het vak van jeugdbeschermer ingerold. Door het lesgeven kan ik deze werelden combineren met mijn sport.”

 

Waarom jeugdbescherming?
“Je werkt overkoepelend met een doel, dit moet je behalen en dan ga je weer verder. Je werkt puntsgewijs en dan heb je alweer de volgende casus. Er is een begin en een einde. Ik wil ergens naar toe kunnen werken. Net als bij een kickboks wedstrijd; je traint ergens naar toe, doet de partij en dan is het weer achter de rug.”

 

Wat was het dieptepunt in je carrière en wat heb je hiervan geleerd?

“Ik moet direct denken aan een wedstrijd tegen een Belgische kickbokser. Ik was ervan overtuigd dat ik deze wel kon winnen maar tijdens de partij kwam het er gewoon niet uit. Het lukte niet en ik brak mijn neus in ronde twee. Ik heb de ronde wél uitgevochten. Gelukkig was het een rechte breuk dus je ziet hier niks meer van! Klinkt heftig hoor maar op dat moment had ik zoveel adrenaline dat ik het niet eens voelde, ik hoorde het overigens wel breken.
Op zo’n moment sta je zo onder spanning dat je gewoon doorgaat. Had ik deze wedstrijd gewonnen dan was ik hoger op de ladder gekomen. Ik begon aan mijzelf te twijfelen, ik was teleurgesteld, en vroeg mijzelf of ik wel kon mee draaien op dit niveau. Het duurde zeker een half jaar voor ik over dit verlies heen was, hier kreeg ik hulp bij van een mentalcoach. Hierna won ik bijna elke partij. Het was zeker een dieptepunt maar achteraf gezien denk ik: dit hoort er ook bij.”

 

Wat heb je hiervan geleerd?

“Dat je je ook gewoon zo mag voelen. Vaak als ik verdrietig of teleurgesteld was, was mijn volgende gedachte dat mag niet. Terwijl zulke gevoelens er ook gewoon mogen zijn, dat hoort bij het leven. Ik leerde dat je niet bij de pakken neer moet gaan zitten.”

 

Is deze les iets waar je nu als jeugdbeschermer ook baat bij hebt?

“Ja, zeker! Juist in het werk als jeugdbeschermer kom je die emoties tegen; zaken lopen niet lekker, zware casussen. Als ik dan teleurgesteld ben denk ik niet meer ‘dat mag niet’ maar juist; morgen weer een dag en dan komt het vast goed. De volgende dag pak ik het dan weer op en ga ik door!”

 

Waar ben je trots op?

“Die twee wereldtitels! En de weg daarnaartoe. Het was niet makkelijk. Ik heb zeker talent voor kickboxen maar motorisch ben ik eigenlijk helemaal niet sterk. Ik heb mijzelf echt over bepaalde zaken heen moeten zetten. Bijvoorbeeld het sparren met mannen, mannen zijn toch gewoon iets sterker. Je moet altijd knokken! Soms incasseer je een harde stoot maar je moet altijd doorzetten.”

 

Wat zijn je ambities?

“Grappig dat je daarnaar vraagt, ik heb nu niet dat ik perse iets wil bereiken. Doordat ik topsport heb gedaan en altijd doelgericht was leef ik nu juist in het moment. Ik geniet van elke dag.”

 

Waar haal jij je inspiratie uit?

“Van de mensen om mij heen. Bij iedereen probeer ik er dan dingen uit te pikken, hoe doen zij wat zij doen én wat kan ik daar van leren. Juist de ‘normale’ mensen kunnen je veel leuke en inspirerende dingen leren.”

 

Hoe kom je tot rust na een drukke werkweek?
“Door te trainen, dat vind ik echt heerlijk om te doen. Maar ook door de tv aan te zetten, een boek te lezen of gewoon door, echt heel stom, Instagram scrollen. Even je verstand op nul zetten.”

 

Welk advies heb je voor anderen?

“Vooral niet opgeven wanneer het moeilijk wordt. Het leven bestaat uit ups en downs, de één heeft wat meer ups dan de ander óf zwaardere downs. Iedereen heeft haar eigen verhaal: soms heb je het gevoel dat je de enige bent maar iedereen heeft pieken en dalen. Je moet niet schrikken van tegenslagen er komt altijd wel weer een betere dag.”

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.